De Getuigenissen

De Getuigenissen

De Heilige Pater Pio en Garabandal

Met dank aan Barry Hanratty

Op 23 september 1968 stierf Pater Pio van Pietrelcina op 81-jarige leeftijd  in een geur van heiligheid, na een leven dat wel kan worden gezien als een van de meest buitengewone uit de geschiedenis  van de Kerk. Deze authentieke navolger van de Heer werd door Paus Joahnnes Paulus II op 6 Juni 2002  heilig verklaard.

Padre Pio

De befaamde gestigmatiseerde priester, die net als Sint Franciscus de wonden van Christus in zijn vlees droeg, was om een groot aantal redenen een buitengewone figuur. Naast zijn grote heiligheid – met de woorden van zijn medepaters: “de goedheid zelf ” – en de stigmata, die een voortdurend martelaarsschap voor hem betekenden voor de duur van meer dan 50 jaar, bezat Pater Pio een overvloed aan charismatische gaven: visioenen, aangename geuren (waarbij de begunstigde persoon een zoete geur verspreidt – in het geval van Pater Pio kwam deze fijne geur van zijn wonden), genezing, bilocatie, het lezen van harten en profetie.

Hij was ook een van de grootste biechtvaders van de Kerk, bracht dagelijks vele uren door met biechthoren voor mensen, die vanuit de hele wereld naar zijn klooster kwamen in San Giovanni Rotondo bij Foggia, in het zuiden van Italië. Elke dag kwamen de mensen in drommen tegelijk allereerst om bij hem de H. Mis bij te wonen –  op zich al een buitengewone ervaring – en om daarna hun beurt af te wachten wat soms twee weken wachten betekende om hun zonden te biechten bij de nederige pater Capucijn. Hij had, zo geloofden zij, een “directe lijn” met de hemel en hij kon hun precies laten weten, waar zij stonden in de ogen van de Almachtige God.

Na in de eerdere jaren van zijn priesterschap geleden te hebben onder de censuur, het ongeloof en de lasterpraat, groeide zijn faam uiteindelijk zodanig dat hij door iedereen, van de eenvoudigste boer tot de paus, werd beschouwd als een levende heilige. Door deze reputatie van heiligheid en door zijn grote charismatische gaven werd hij geraadplecht in aangelegenheden waarvoor een hoge mate van inzicht was vereist en waarbij zijn raadgevingen van groot belang werden geacht. En het was niet een kwestie van een persoonlijke mening, maar men geloofde dat hij geestelijk inzicht had. Het behaagde God dat zijn dienaar, Pater Pio, nauw verbonden zou zijn met de gebeurtenissen van Garabandal.

Verbonden met Garabandal

Sommige mensen, die afwijzend stonden tegenover vermeende verschijningen, hebben het verband tussen Pater Pio en Garabandal ontkend, maar hun argumenten verdwijnen in het niet bij het overweldigende bewijs van het tegendeel. Omdat hij een gehoorzame zoon van de Kerk was zou Pater Pio nooit spreken, voordat de Kerk had gesproken. En omdat de Kerk geen openbare uitspraak over de authenticiteit van de gebeurtenissen van Garabandal had gedaan, zou hij het ten aanzien daarvan ook niet doen, omdat dit aanleiding zou hebben kunnen geven tot ontkenningen. Privé echter, tegenover zijn medepaters en bepaalde personen, aarzelde hij niet om zijn geloof in de verschijningen te uiten. Eens vroeg een groep Spanjaarden hem of Onze Lieve Vrouw werkelijk in Garabandal verscheen. Hij antwoordde: “Vraagt u daar nog steeds naar? Hoelang verwacht u dat Zij daar nog verschijnt? Zij verschijnt al acht maanden!” (Zie: ‘The Apparitions of Garabandal’ door F. Sanchez Ventura. P. 99). Verder is er natuurlijk de getuigenis van Joey Lomangino. Maar de relatie van Pater Pio met de gebeurtenissen van Garabandal vormt een bewijs dat ver uitgaat boven een mondelinge getuigenis. Dat moge duidelijk worden uit het voorval dat we hier nu laten volgen.

De zieneressen ontvangen een geheimzinnige brief

Op 3 maart 1962 werd in San Sebastian de Garabandal een brief zonder afzender ontvangen, die geadresseerd was aan de vier jonge zieneressen: Conchita, Loli, Jacinta en Mari Cruz. Dit voorval werd vermeld door Dr. Celestino Ortiz, een betrouwbare getuige en is beschreven in het boek: “She went in Haste to the Mountain” door Pater Eusebio Garcia de Pesquera, waaruit het volgende fragment is genomen:

Felix Lopez, een vroegere student aan het Groot Seminarie van Derio (Bilbao), die later leraar is geworden, had in Garabandal een ontmoeting met mensen in de keuken bij Conchita thuis. Het meisje had een brief ontvangen, die zij niet begreep en ze verzocht hem die te vertalen. De brief was in het Italiaans en Felix zei, nadat hij hem had gelezen: “Als je naar de stijl ervan kijkt, zou hij best van Pater Pio kunnen zijn”. Conchita vroeg hem of hij het adres van Pater Pio wist en vroeg hem, toen zij een bevestigend antwoord kreeg, haar te helpen met het opstellen van een brief als antwoord en om haar erkentelijkheid uit te spreken. Toen de brief klaar was, lieten ze die ongevouwen op de keukentafel liggen. Na enige tijd raakte Conchita in extase en bad de rozenkrans. Toen zij weer tot haar normale staat was teruggekeerd zei de priesterstudent tot haar: “Heb je de H. Maagd gevraagd of de brief van Pater Pio was?”. “Ja, en Zij gaf mij een geheim antwoord om naar hem toe te sturen.” Het meisje ging naar boven naar haar kamer en kwam later beneden met een met de hand geschreven briefje. Waar iedereen bij was deed zij het briefje in de enveloppe, die door de priesterstudent geadresseerd was aan Pater Pio, en zij plakte hem dicht. De brief, die naar Conchita was gestuurd, zonder handtekening, zonder een adres van de afzender, maar met een Italiaanse postzegel, luidde als volgt:

Mijn Lieve Kinderen,
Om negen uur vanmorgen zei de Heilige Maagd mij om tegen jullie te zeggen: “O, gezegende meisjes van San Sebastian de Garabandal! Ik beloof jullie, dat ik bij jullie zal zijn tot het einde der eeuwen en jullie zullen bij mij zijn tot het einde van de wereld en daarna, met mij verenigd in de glorie van het paradijs”.
Ik stuur jullie een exemplaar van de heilige rozenkrans van Fatima, die de H. Maagd mij zei jullie te sturen. De rozenkrans werd samengesteld door de H. Maagd en zou moeten worden verspreid voor de redding van de zondaars en het behoud van de mensheid voor de afschuwelijke straffen, waarmee de goede God haar bedreigt.
Ik geef jullie slechts een goede raad: bidt en spoort anderen aan tot bidden, want de wereld staat aan het begin van haar ondergang. Ze geloven niet in jullie en in jullie gesprekken met de Vrouw in het wit, maar ze zullen wel geloven, wanneer het te laat is…..

Op 9 februari 1975 hield de redactie van het tijdschrift ‘Needles’ (nu het Garabandal tijdschrift) een op band opgenomen interview met Conchita en vroeg haar over deze verrassende brief, waarvan gezegd wordt dat hij gedicteerd is was door Pater Pio:

Vraag: “Conchita, herinner jij je iets over de brief?”
Antwoord: “Ik herinner mij dat ik met de post een brief ontving, die geadresseerd was aan mijzelf en aan de drie andere meisjes, Jacinta, Loli en Mari Cruz. Ik was verbaasd over de dingen die in de brief stonden en, omdat hij niet ondertekend was, stopte ik hem in mijn zak tot ik op die dag de Gezegende Moeder zou zien. Toen Zij verscheen toonde ik Haar de brief en vroeg Haar wie ons die had gestuurd. De Gezegende Moeder zei dat hij van Pater Pio was. Omdat ik Pater Pio niet kende vroeg ik haar er verder niet over. Na de verschijning vertelde ik de mensen over de brief, en er was een seminarist aanwezig die mij uitleg gaf over Pater Pio en vertelde waar hij vandaan kwam. Toen schreef ik een brief aan Pater Pio, waarin stond dat wanneer hij mijn land zou bezoeken, ik hem graag zou willen ontmoeten. Toen schreef hij mij een korte brief terug, waarin stond: “Denk je dat ik door de schoorsteen naar buiten kan?” Ik was in die tijd pas twaalf jaar. Ik had geen verstand van kloosters.”

In het interview van ‘Needles’ werd Conchita gevraagd of zij zich herinnerde wat er in de brief stond en hoewel zij zich niet alles kon herinneren, kwam hetgeen zij wel wist perfect overeen met de vertaling die hierboven is gegeven.

Het bezoek van Conchita aan Pater Pio

In januari 1966 kwam Conchita in Rome aan met haar moeder, de Spaanse priester Pater Luna, Professor Enrico Medi en Prinses Cécile van Bourbon-Parma. Zij was daartoe uitgenodigd door Kardinaal Ottaviani, prefect van het Heilig Officie, dat nu genoemd wordt de Heilige Congregatie voor de Geloofsleer. Tijdens dit bezoek had Conchita een privé-audiëntie met Paus Paulus VI, waarbij slechts vijf personen aanwezig waren. Wij hebben dit betrouwbare getuigenis van Professor Medi, destijds President van de Europese Atoomgemeenschap, een vriend van de Paus en een van die vijf aanwezigen.

Omdat Conchita een dag moest wachten voor de ontmoeting met Kardinaal Ottaviani, stelde Professor Medi voor, nu ze wat extra tijd hadden, om naar Pater Pio te gaan in San Giovanni Rotondo. Hier volgt Conchita’s eigen verslag van het bezoek, uit het interview van ‘Needles’ in 1975:

“[..] Wij stemden allemaal in en reden in de gehuurde auto van Professor Medi naar het klooster. Wij kwamen rond negen uur ‘s avonds aan en ons werd gezegd dat wij Pater Pio pas zouden zien de volgende morgen bij de H. Mis van vijf uur.
Voor de Mis gingen Pater Luna en de professor naar de sacristie. Professor Medi vertelde mij later wat daar gebeurde. Hij zei dat Pater Luna tegen Pater Pio zei, dat de prinses van Spanje er was om hem te ontmoeten. Pater Pio zei tegen Pater Luna: “Ik voel mij niet erg goed vandaag en ik zal haar pas kunnen zien later op de dag.” Toen zei Professor Medi. “Er is nog een andere dame die u wil ontmoeten. Conchita wil u ontmoeten.” Pater Pio vroeg: “Conchita uit Garabandal?” De Professor antwoordde: “Ja.” Toen zei Pater Pio: “Kom morgen vroeg om acht uur”
Toen wij aankwamen werden wij binnengelaten in een kleine kamer, een cel, die een bed, een stoel en een kleine tafel bevatte. Ik vroeg Pater Pio of dit zijn kamer was en of hij hier sliep of niet, en hij antwoordde: “Oh, nee, je kunt mijn kamer niet zien. Dit is een mooie kamer.” In die tijd besefte ik niet wat voor heilige man Pater Pio was, zoals ik nu wel weet. Ik was pas 16 jaar.”

Het interview met ‘Needles’ gaat verder:

Vraag: “Wie was er met jou in die kamer?”
Antwoord: “Alleen mijn moeder, Pater Luna en een priester van het klooster, die Spaans sprak en veel foto’s maakte. Ik kan mij niet herinneren of de prinses en de professor in de kamer waren.”

Vraag: “Kun je ons vertellen wat er tijdens je bezoek aan Pater Pio is gezegd?”
Antwoord: “Ik herinner mij er nog een beetje van. Ik herinner me dat de priester die foto’s maakte toestemming vroeg aan Pater Pio en dat Pater Pio antwoordde: “U bent ze al aan het maken sinds u binnenkwam.”
Ik herinner me dat ik een kruisbeeld had wat gekust was door Onze Lieve Vrouw en ik zei tegen Pater Pio: “Dit is het kruis, dat gekust is door de Gezegende Moeder. Zou u het willen zegenen?” Toen nam hij het kruis, gekust door Onze Lieve Vrouw, en plaatste het in de palm van zijn linkerhand, op de wonde. Daarna nam hij mijn hand en legde die in zijn handpalm, terwijl hij met zijn vingers mijn hand insloot, en met zijn rechterhand zegende hij mijn hand en het kruis. Hij deed hetzelfde bij mijn moeder, toen zij hem vroeg: “Zou u alstublieft deze rozenkrans willen zegenen, die gekust is door de H. Maagd?” …. De hele tijd dat ik daar was… was ik voor hem geknield. Hij hield vanaf het begin mijn hand met het kruis vast, terwijl hij tegen mij sprak.

De priester die de foto’s van Conchita met Pater Pio maakte, leeft nog steeds in San Giovanni Rotondo. Hij was een aantal jaren geleden hier in de Verenigde Staten, om het proces (van de zaligverklaring-vert.) van Pater Pio te bevorderen en legde bij Conchita thuis een bezoek af.

Omdat het proces nu gaande is, zijn de paters terughoudend met het verstrekken van afdrukken van de foto’s, kennelijk omdat de verschijningen van Garabandal nog niet erkend zijn door de Kerk. De foto’s werden opnieuw genoemd door een andere pater van San Giovanni, die ze had gezien en erover sprak met een van de redactieleden van ons tijdschrift die deelnam aan de bedevaart in 1987, gesponsord door het New Yorkse Garabandal Centrum, tijdens een tussenstop bij het klooster vorig jaar juli (1974?). Onnodig om te zeggen dat deze foto’s belangrijke documenten zijn, die de ontmoeting van Conchita met Pater Pio bevestigen.

Pater Pio en het Wonder

De betrokkenheid van Pater Pio bij de gebeurtenissen van Garabandal vond zijn hoogtepunt in een voorrecht dat hem werd geschonken, hetgeen slechts aan één ander persoon (red.: Pater Louis Andreu S.J) was verleend. Pater Pio zag het grote Wonder voordat hij stierf.

Een van de profetieën van Onze Lieve Vrouw in Garabandal betreffende dit Wonder was, dat de Heilige Vader het zou zien van waar hij zich ook zou bevinden en dat Pater Pio het ook zou zien. Toen de beroemde gestigmatiseerde in september 1968 stierf, stond Conchita perplex over het feit dat de profetie kennelijk niet was uitgekomen. Een maand later werd haar geest gerustgesteld en werd haar tevens een kostbaar aandenken gegeven.

Op 16 oktober 1968 ontving Conchita namelijk een telegram vanuit Lourdes, dat afkomstig was van een vrouw uit Rome, die Conchita kende. In het telegram werd Conchita verzocht om naar Lourdes te gaan om een aan haar gerichte brief van Pater Pio te ontvangen. Pastoor Alfred Combe en Bernard l’Huillier uit Frankrijk waren die tijd in het dorp en stemden erin toe om met Conchita en haar moeder naar Lourdes te rijden. Zij vertrokken diezelfde nacht. In de haast vergat Conchita haar paspoort. Toen zij bij de grens aankwamen werden zij zes uur opgehouden, en alleen dankzij van een speciaal verkregen paspoort, dat was getekend door de Militaire Gouverneur van Irun, konden ze de grens naar Frankrijk oversteken.

In Lourdes ontmoetten zij de afgezanten van Pater Pio uit Italië, onder wie Pater Bernardino Cennamo O.F.M.. Pater Cennamo kwam feitelijk niet uit San Giovanni, maar was van een ander klooster. Hij was echter welbekend bij Pater Pio en Pater Pellegrino; deze laatste was degene die voor Pater Pio zorgde tijdens zijn laatste levensjaren en die hiervoor al genoemde briefje schreef (zie de foto) voor Conchita, dat door Pater Pio was gedicteerd.

Pater Cennamo vertelde Conchita dat hij niet geloofde in de verschijningen van Garabandal, totdat Pater Pio hem de opdracht gaf om haar de voile te geven, die zijn gezicht na zijn dood zou bedekken. Het briefje en de voile werden aan Conchita gegeven. Zij vroeg toen aan Pater Cennamo: “Hoe is het mogelijk dat de H. Maagd mij vertelde dat Pater Pio het Wonder zou zien en dat hij is gestorven?” Hij antwoordde: “Hij heeft het Wonder gezien, voordat hij stierf. Hij heeft mij dat zelf gezegd.”
Toen Conchita vanuit Lourdes naar huis terugkeerde besloot zij een vriendin in Madrid te schrijven over de hele gebeurtenis. Opnieuw halen we aan wat Conchita heeft gezegd in het interview van ‘Needles’ in 1975:

…”Ik had de voile voor mij liggen, en terwijl ik schreef, werd plotseling de hele kamer gevuld met een fijne geur. Ik had gehoord van de aangename geuren van Pater Pio, maar er nooit veel aandacht aan geschonken. De kamer rook zo sterk naar parfum, dat ik begon te huilen. Het was de eerste keer dat ik deze ervaring had. Dit alles gebeurde nadat hij gestorven was”…

Paus Joannes-Paulus II heeft pater Pio op 6 Juni 2002 heilig verklaard. Het schijnt zeker, dat Pater Pio de geschiedenis van de Kerk zal ingaan als een van de grootste figuren van de moderne tijd, een man die in zijn tijd ongeëvenaard is. Het is niet zonder betekenis, dat deze buitengewone zoon van St. Franciscus, zo toegewijd aan Onze Lieve Vrouw*, en die zo lang en ijverig in Gods wijngaard werkte voor het welzijn van de zielen, rechtstreeks verbonden zou worden met de verschijningen van Garabandal.

(*) Pater Pio schreef alle genaden die hij ontving toe aan Onze Lieve Vrouw en bad dagelijks het onwaarschijnlijk grote aantal van wel 40 rozenkransen of meer, elk van vijftien tientjes. Men zegt dat, toen hem eens gevraagd werd hoe hij dat kon doen, hij antwoordde dat God voor hem de tijd stilzette.

Pater Luis Andreu S.J. z.g.

Pater Luis Andreu als neomistEén van mensen die Het Grote Wonder al hebben gezien in een visioen was pater Luis Andreu S.J. (Societatis Jesu). Pater Luis Andreu kwam uit een heel vroom gezin. Hij had vier broers, waarvan er drie priester en een Jezuïet zijn geworden. Hij was professor op het seminarie in Oña in Noord Spanje. Bij zijn bezoeken aan Garabandal waren de bewoners van Garabandal onder de indruk geraakt van de wijze waarop Andreu de H. Mis opdroeg. In hun ogen was hij een ‘santo’, een heilige.

Op 8 augustus 1961 kwam hij voor de derde maal in Garabandal. Hij reed mee met de auto van de heer M. Rafaël Fontenada Ruplicado, ooggetuige van de laatste uren van pater Luis. Deze reis viel samen met die van P. Royo Marin, een Spaanse Dominicaan en befaamd theoloog. Pater Luis scheen zeer ingenomen met de gebeurtenissen te Garabandal; ook met de kleine meisjes, zonder overigens te uiten, wat hij ervan dacht. Hij sprak over visioenen in het algemeen; over de verschillende gradaties daarvan en het belang van psychologische studie om hierover gezond te kunnen oordelen. Op 8 augustus sprak pater Luis Andreu met Don Valentin Marichalar, pastoor van de parochie. Hij moest naar Torrelavega en gaf de sleutels van de kerk aan P. Luis, hem verzoekend die dag zijn herderlijke taak waar te willen nemen in Garabandal. Padre Luis scheen hierover zeer verheugd en zei glimlachend: “Zo ben ik dan meteen pastoor van Garabandal.”

De H. Mis die de Padre opdroeg, was zeer stichtend. Iedereen was erg onder de indruk. In de loop van dezelfde ochtend hadden de kinderen een extase. Padre Luis bevond zich bij hen, en zoals hij ook de voorgaande keren had gedaan, noteerde hij al wat de kinderen deden en zeiden. Gedurende de extase scheen de pater zelf mee daarin verzonken te zijn. Stille tranen gleden zacht langs zijn wangen. Men kon zien dat hij zich in aanwezig voelde bij buitengewone gebeurtenissen. Toen men de volgende dag over de zichtbare ontroering sprak met zijn broer, P. Ramon Andreu, bleek deze zeer verwonderd. Hij wist niet dat zijn broer zo gevoelig was – nooit had hij hem zien wenen. De avond van diezelfde dag begaven de kinderen zich naar de pijnbomen. Zij waren weer in extase; zij bestegen de weg er naartoe en keerden er weer van terug met een verbazingwekkende snelheid.

Terwijl zij bij de pijnbomen waren, onderzocht de pater hen met de grootste aandacht en nauwkeurigheid. Hij wilde het kleinste detail niet over het hoofd zien. Ploseling echter werd hij zodanig door emoties overweldigd, dat hij zich tot viermaal toe zich luidop liet ontvallen: Milagro! Milagro! Milagro! Milagro! (Een wonder! Een wonder! Een wonder! Een wonder!).

Don Valentin met Conchita en Maria Cruz
Don Valentin met Conchita en Maria Cruz

Terwijl de meisjes in extase de berg afdaalden in de richting van het dorp, zeiden zij dat ze zich naar de Kerk begaven. Intussen ging hun gesprek met de H. Maagd voort. Was de bestijging al vlug gegaan, het afdalen tussen de rotsblokken ging helemaal in een duizelingwekkende vaart. P. Royo Martin raadde de toeschouwers aan zich vlug naar de Kerk te begeven, ‘Want’, zei hij: ‘die kinderen schijnen vleugels aan hun voeten te hebben.’

Toen alles afgelopen was, gingen sommigen te voet van San Sébastian naar Cosio, anderen gingen met de jeep. Beleefdheidshalve stond men erop dat pater Luis instapte in de jeep. Hij scheen buitengewoon gelukkig te zijn. Allen trouwens in de jeep voelden zich opgetogen. Herhaaldelijk gaf Padre Luis uiting aan zijn vreugde en aan zijn overtuiging, dat alles wat de kinderen vertelden, waar was.

Begrafenis van pater Luis
De kelk niet in zijn handen gelegd.

In Cosio aangekomen sprak pater Luis nog even met de pastoor Don Valentin Marichalar. De Jezuïet zei tegen hem: “Don Valentin, wat die kinderen zeggen is waar, maar ik verzoek u dit niet verder te vertellen, want de kerk kan niet voorzichtig genoeg zijn in zulke zaken.” Don Valentin schreef deze zin nog dezelfde nacht in zijn dagboek. Na afscheid van Don Valentin genomen te hebben, nam men plaats in de verschillende wagens. Padre Luis verkoos in te stappen in de auto bij de familie Fontenada Ruplicado. Padre Luis nam plaats naast de chauffeur, José Salceda. Tijdens de rit vertelde hij over wat hij gezien had. De familie Fontenada en de chauffeur waren getroffen door de grote, intense vreugde van de Jezuïet. Men kon zien dat hij absoluut zeker was van de zaak. Hij sprak zonder opwinding en herhaalde telkens maar: “Wat ben ik tevreden. Ik ben overgelukkig! Wat heeft de H. Maagd mij een prachtig cadeau gegeven! Er kan niet de minste twijfel bestaan over de waarheid van hetgeen de meisjes zeggen. Het is waar!”

Tijdens het verdere verloop van de reis vroeg men hem of hij niet even wilde slapen. Dit deed hij ook, een uur ongeveer. Hij ontwaakte, even voordat men Reinosa bereikte, en zei: “Wat heb ik toch vast geslapen. Ik voel me uitstekend, helemaal niet meer moe.” Intussen had iedereen slaap, want het was al vier uur in de ochtend. Men had even stil gehouden bij een fontein om er te drinken. Padre Luis vroeg aan de chauffeur of hij al gedronken had, waarop deze antwoordde, dat hij zijn ogen had laten drinken, want die hadden de meeste ‘dorst’.

Verder rijdend, begon pater Luis weer te herhalen: “Ik ben overgelukkig en erg blij. Wat een geschenk toch van Maria! Wat een voorrecht zo’n Moeder te hebben in de hemel. We moeten geen angst hebben voor het bovennatuurlijk leven. We moeten omgaan met de H. Maagd net zoals de kinderen. Die hebben ons het  voorbeeld gegeven. Ik heb niet meer de geringste  twijfel over hun visioenen. Dit is de gelukkigste dag van mijn leven.”

Na deze woorden hield hij op met spreken. De heer Fontenada stelde hem nog een vraag waarop hij niet antwoordde. “Pater,” vroeg hij, “is er iets?”. Men dacht dat hij misselijk was geworden. Hij antwoordde: “Neen, niets, ik heb slaap.” Hij boog zijn hoofd voorover en men hoorde iets als een lichte hik. José Salceda keerde zich naar hem toe en zag dat zijn ogen helemaal gedraaid stonden. “De Padre is er erg slecht aan toe,” zei hij. Zijn vrouw voelde de pols, doch zij kon de polslag niet voelen en verzocht daarom te stoppen.

In Reinosa was een ziekenhuis. Men dacht nog altijd dat er sprake was van een kleine misselijkheid en men zei: “Maak U maar niet ongerust, pater. Het is niet erg. Het is zo weer over.” Mevr. Fontenada drong er echter op aan pater Luis naar de kliniek te brengen. Bij de kliniek aangekomen,  werd onmiddellijk aangebeld. Een verpleegster kwam en zag meteen dat de pater al dood was. Mevrouw Fontenada antwoordde dat het onmogelijk was en dat men nog hulp moest halen. De verpleegster gaf een inspuiting, terwijl José een priester en een dokter haalde. De laatste was er binnen tien minuten en kon niet anders dan de dood vaststellen.

Toen de eerste schok voorbij was, werd de broer van pater Luis, pater Ramon Andreu getelefoneerd. In de loop van de ochtend arriveerde pater Ramon. Onophoudelijk moest men vertellen en herhalen wat er gebeurd was. Hoe verschrikkelijk het ook voor de betrokkenen was, toch voelde men naast droefheid ook een bijzondere vrede en had men een sereen gevoel dat men moeilijk onder woorden kon brengen.

Het enige antwoord wat de betrokkenen konden geven op de vraag: “Waaraan is de pater gestorven?” was: “Hij is aan zijn vreugde bezweken.” Pater Luis Andreu stierf in de leeftijd van zes en dertig jaar. Enige dagen later werd pater Luis begraven op het kerkhof van Oña in Nd. Spanje. In 1976 werden de stoffelijke resten opgegraven en herbegraven op het kerkhof van het Jezuïeten-klooster in Loyola.

Pater Luis spreekt met de zieneressen

Enige dagen later na de dood van pater Luis verscheen Maria weer aan de kinderen en vertelde hen dat ze pater Luis zouden spreken op 15 augustus; het feest van de Onze Lieve Vrouw Hemelvaart. Op die dag waren er veel toeristen gekomen, die zich eens wilden amuseren. Maar omdat zij daarbij zoveel ergernis gaven, is pater Luis niet gekomen. In de vroege morgen van de 15e augustus, om vier uur in de morgen – het tijdstip dat pater Luis overleed – verscheen Maria bij Conchita in de keuken en zei: “Je hoeft de pater vandaag niet meer te verwachten, hij zal morgen komen.” Op 16 augustus, ‘s avonds om acht uur, verscheen Maria aan alle vier de meisjes. Zij glimlachte zeer, zeer lief en zei: “Nu zal pater Luis komen en met jullie spreken.” Onmiddellijk was hij er.

Hij riep de meisjes één voor één. Conchita schrijft in haar dagboek het volgende daarover: “Wij hoorden hem, maar zagen hem niet. Zijn stem klonk helemaal als toen hij nog leefde. Hij sprak een hele tijd met ons en gaf ons raad. Hij zei ook sommige dingen voor zijn broer, pater Ramon Maria Andreu. Hij leerde ons bidden in het Grieks en enkele woorden zeggen in het Frans, Duits en Engels. Plotseling hoorden wij zijn stem niet meer, maar we zagen de H. Maagd terug. Ze is niet lang gebleven. Spoedig was ook Zij verdwenen.”

Later sprak pater Luis nog zesmaal met de meisjes. Bij één van die hemelse gesprekken was pater Ramon Andreu aanwezig. Hij was stomverbaasd te horen hoe pater Luis zijn eigen begrafenis beschreef aan de kinderen in extase. De kinderen beschreven de begrafenis tot in de kleinste details, waarbij pater Ramon zelf aanwezig en waarvan hij getuige was geweest. Ook de speciale riten zoals die werden gebruikt bij het begraven van een priester. Om bepaalde redenen was men afgeweken van bepaalde gebruiken. Zo was onder meer de bonnet van pater Luis niet op zijn hoofd geplaatst en was de kelk was niet in zijn handen gelegd, maar naast het Crucifix geplaatst.

De kinderen vertelden ook waarom dit gedaan was. Pater Ramon gaf ook nog enige interessante details over verschillende talen die pater Luis aan de kinderen leerde. Verschillende malen spraken de kinderen in verschillende talen met pater Luis. Persoonlijk hoorde hij hoe Conchita van pater Luis leerde het Wees Gegroet te bidden in het Grieks. Het is zeer interessant hierbij op te merken dat het Grieks de officiële kerk-taal is van de Orthodoxe Kerken, zoals dat in de Katholieke Kerk het Latijn is. En tot de dag van vandaag kan Conchita nog steeds het Wees Gegroet in het Grieks bidden. Ook vertelden de kinderen enige persoonlijke dingen aan pater Ramon, die alleen hij en zijn broer Luis wisten.

Ook leerde pater Luis de meisjes hun naam in het Frans te schrijven. “Loli Marie des Douleurs; Mari Cruz – Marie Croix; Jacinta -Jacinthe; Conchita – Maria-Conception.” En ook bevestigden de zieneresjes, dat de Moeder Gods hen het volgende Maria-liedje leerde zingen in het Frans: Espoir, Espoir, Au ciel étoilé, Parait et sourit Notre Mère, Espoir, Espoir, Marie a parlé, Son Fils entend notre prière.

Dit versje is van een hymne uit Pontmain in Frankrijk. O. L. Vrouw verscheen daar ook in 1871. Het geeft de betekenis aan van het Garabandal-gebeuren en alle andere Maria verschijningen. Om dit hoofdstuk over pater Luis te eindigen heeft Maria tegen Conchita op 18 juli 1964 gezegd, dat de dag na het Grote Wonder het lichaam van Pater Louis Andreu gaaf en onbedorven zal worden teruggevonden.

Zien is geloven, maar dat geldt in het geval van Garabandal helaas alleen voor hen, die het voorrecht hadden om de gebeurtenissen zelf te aanschouwen. De honderden getuigenissen van deze mensen vormen vandaag de dag echter het bewijs van die bijzondere gebeurtenissen.

Don José Ramón Garcia de la Riva – 44 jaar

Conchtia met pastoor de la Riva
Conchita met pastoor de la Riva

Pastoor van Barros, (Llanes), Asturië. Ooggetuige van ongeveer 200 extases in Garabandal, waarover hij vertelt in zijn boek: Memoires van een Spaanse Dorpspastoor.

Het interview werd gehouden op 5 augustus 1971, in zijn spreekkamer in Barro.

Wat betreft de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de verschijningen, is er nog een bijzonderheid, die denk ik erg belangrijk is om aan te tonen dat het Heilig Officie ( Congregatie van de Geloofsleer) nog geen standpunt heeft ingenomen, vóór of tegen, over wat er is gebeurd in dit dorp. Het is namelijk zo, dat mijn eigen aartsbisschop, Mgr. dr. Gabino Diaz Merchan, op 21 mei van dit jaar, 1971, nadat hij een retraite had geleid voor de priesters in ons aartsdiocees, mij in een persoonlijk gesprek van een half uur in Llanes vertelde, dat het Heilig Officie hem om bepaalde informatie en bijzonderheden over Garabandal had gevraagd, waarvan hij onkundig was, maar dat hij wist dat ik een boek over dat onderwerp had geschreven, wat in het Engels was gepubliceerd. Ik heb hem verzekerd, dat de Franse vertaling veel belangrijker was, aangezien deze enkele veelbetekenende documenten bevatte.

Dit gesprek, dat wij kunnen beschouwen als een rechtstreekse en officiële interventie van het Heilig Officie om, door de bemiddeling van de aartsbisschop, informatie te verkrijgen, toont duidelijk aan, dat het Heilig Officie het dossier nog niet gesloten heeft, zoals bepaalde mensen veronderstellen en zelfs hebben gepubliceerd, maar dat men ermee doorgaat relevante informatie in ontvangst te nemen, vóór en tegen, wat het Heilig Office toestaat om op zekere dag een definitief oordeel uit te spreken, waartoe ik mij als zoon van onze Moeder de heilige Kerk zal onderwerpen. 1

Dit is de eerste keer dat men mij officieel, hoewel privé, documenten heeft gevraagd over wat ik als ooggetuige heb gezien. De Commissie van Santander heeft mij nooit in deze zin benaderd.

Ik heb een brief waarin de Aartsbisschop mij bedankt voor de verstrekte documentatie. Deze brief, gedateerd 11 juni 1971, met het briefhoofd van het aartsbisdom van Oviedo, zal ik u laten lezen. U kunt zien dat hij hem zelf heeft ondertekend:

Oviedo, 11 juni 1971 Zeereerwaarde Don José Ramón Garcia de la Riva Pastoor van Barro Llanes

Zeer geachte José Ramón, in Christus, onze Heer,

Ik heb uw vriendelijke brief van 1 mei 1971 met de bandopname, alsmede twee exemplaren van uw boek over Garabandal in het Frans ontvangen. Ik heb één exemplaar hiervan naar de Apostolisch Nuntius van Spanje gestuurd.

Ik ben u zeer erkentelijk, dat u mij deze documentatie heeft toegestuurd en bijzonder waardeer ik uw herhaalde bevestiging van kinderlijke onderwerping aan het Kerkelijk Gezag.   Ik beveel mij in uw gebeden aan en ik bid de Heer en Zijn Heilige Moeder voor u.

Uw toegenegen en toegewijde dienaar in Jezus.

 Gabino, Aartsbisschop van Oviedo.

Ik wil verduidelijken, dat de aartsbisschop mij met bovenstaande brief liet weten, dat hij de documenten die ik hem had toegestuurd in goede orde had ontvangen. Maar ik stuurde deze documenten pas nadat ik met hem had gesproken op 21 mei 1971, zoals ik hiervoor vertelde en dat was tijdens een retraite in Llanes. Op die dag heb ik, hoewel hij dat in zijn brief niet vermeldt, een half uur met hem gesproken en ik dacht dat het belangrijk was om hem, behalve de twee boeken, een bandopname te sturen om hem informatie uit de eerste hand te geven.

Die band bevat: – Een opname van een toespraak door Pater Ramón Maria Andreu S.J. die hij hield in Palma de Mallorca voor een zeer ontwikkeld gezelschap van priesters, religieuzen en leken. – De rechtstreekse getuigenis van Don Benjamin Gomez over de buitengewone gebeurtenis van de zichtbare Communie, die op 18 juli 1962 door de aartsengel aan Conchita werd uitgereikt. – Een Onze Vader, een Oefening van Berouw en drie Weesgegroeten, gebeden door Conchita, terwijl zij in extase was.

Ik denk dat dit iets is, dat de aartsbisschop in zijn bezit behoort te hebben, als hij om informatie verzoekt 2.

Het tweede punt betreft de datum van het milagrucu (het kleine wonder), waarover Conchita mij heeft ingelicht, en ik wil herhalen wat ik reeds heb geschreven in mijn Mémoires, dat zij dat deed op 2 juli 1962, toen wij bij de Pijnbomen waren, Conchita, haar drie vriendinnen en ikzelf. Conchita, ik herhaal het, gaf er blijk van dat zij mij wilde zeggen waaruit het milagrucu (het kleine wonder) zou bestaan. Hoewel ik begrijpelijkerwijs nieuwsgierig was, wees ik haar erop, dat als het een geheim was, zij het mij niet moest vertellen. Toen riep zij tegen de andere meisjes: “Wij gaan het hem vertellen!” Op dat moment haalde ik de vier meisjes van elkaar vandaan en alle vier vertelden zij mij hetzelfde: “Wij zullen de Hostie zien!” Zij vertelden mij niet de datum van dat toekomstige wonder, omdat zij die nog niet wisten, maar zij voegden eraan toe dat als ik nog in Garabandal zou zijn, wanneer de engel het hun zou meedelen, zij het mij zouden laten weten. Ik vertrok uit Garabandal op 5 juli om 18.00 uur; zij hadden mij de bovenstaande informatie op 2 juli gegeven. Dus vertrok ik zonder de datum van ‘het kleine wonder’ te weten.

Ik ben er niet achtergekomen waarom Don Valentin Conchita belette om nog meer brieven te schrijven 3, terwijl hij tegen haar zei: “Wij zullen allen op een andere manier ingelicht worden.”

Voor zover verondersteld wordt dat de kinderen met elkaar hadden afgesproken om mij te vertellen waaruit het kleine wonder – el milagrucu – zou bestaan, kan ik verklaren dat ik hun daarvoor geen tijd heb gegeven, tenzij zij het lang van tevoren hadden gepland – maar dat zou niet normaal zijn voor jonge meisjes.

Ik vermeld dit, omdat ik in mijn boek, Memoires, waarschuwde dat zij enkele extases hebben gesimuleerd. Het leek er soms op dat men kon denken, dat zij met elkaar afspraken om iets te doen dat zij niet moesten doen. Maar ik wil ook opmerken, dat elke keer dat ik dat heb geconstateerd, ik het hun onmiddellijk heb gezegd en dat zij niet opnieuw begonnen.

Wat betreft de mogelijkheid dat de vier meisjes een spel zouden hebben verzonnen met het doel om mensen te misleiden – en rekening houdend met het aantal mensen dat naar Garabandal kwam – dit is iets, dat niet serieus kan worden overwogen. Het zou trouwens het zeer eenvoudig zijn geweest om de list te ontdekken, aangezien er zoveel deskundige mensen waren uit elke sociale, religieuze en culturele klasse. Soms was er een uitzonderlijk groot aantal mensen. Op 18 oktober 1961 bijvoorbeeld werd hun aantal geschat op meer dan 5.000.

Het behoeft geen betoog, dat ik alles bevestig wat ik in mijn boek geschreven heb; het zijn mijn rechtstreekse getuigenissen over Garabandal. In het begin dacht ik er niet aan dat deze behalve mijzelf ook anderen zouden interesseren, maar men heeft mij sterk aangemoedigd om ze te publiceren. Ik heb in die tijd geen andere bedoelingen gehad dan juiste en volledig historische feiten te publiceren.

Ik zou willen eindigen met de bewering, dat ik geloof dat de gebeurtenissen authentiek zijn; echter, de uiteindelijke beoordeling behoort toe aan de Kerk. En daar onderwerp ik mij op voorhand aan; dat wil ik duidelijk stellen.

Wij moeten de boodschappen verwezenlijken en dat is het belangrijkste. De profetieën over de Waarschuwing en het grote Wonder zullen vervuld worden net zoals de eerdere profetieën van Conchita werden vervuld. Ik denk dat de datum nabij is.

Als het gaat over de gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in Garabandal en die zijn bestudeerd door deskundige mensen, is de mening van de meisjes nauwelijks van belang. Zoals wij weten verklaarden de kinderen vanaf de eerste maanden van 1961, dat er, zoals de H. Maagd hun had aangekondigd, een tijd zou komen dat zij zouden twijfelen, elkaar zouden tegenspreken en de gebeurtenissen zouden ontkennen. En daar kan ik ook van getuigen, aangezien ik Conchita en Mari Loli eens in extase hoorde uitroepen: “Hoe zullen wij kunnen zeggen dat wij u niet gezien hebben, als wij u nu zien?”